“Het land is wijder, de hemel hoger, de baai breder geworden. Hij wacht op het mooiste ogenblik, het ogenblik dat hij zou willen verlengen, waarop de zon naar de horizon valt, een seconde op het voetstuk van zijn spiegelbeeld staat – voor hij met angstwekkende onherroepelijkheid achter de kim verdwijnt…"
 
Susan Sontag - de Vulkaanminnaar.
 
 
Harm van Ee schildert landschappen. Op klein formaat weet hij weidse panorama’s te suggereren in kleurige vlakken en strepen. Blauwgroene of overwegend gele composities met paarsig rode toetsen. Geabstraheerd tot ze nog net zichtbaar zijn, de weggetjes, de bergtoppen en de wolkenluchten. Snelwegen. Vergezichten. De zee op zakformaat, als een souvenir dat je bij je kunt dragen.
 
Van Ee’s landschappen hebben een universeel karakter. Soms meent iemand er een Afghaanse zandvlakte in te herkennen of de Noorse fjorden terwijl de schilder daar nog nooit geweest is. Kleur is vaak afhankelijk van het tijdstip van de dag en het weer; er vallen schaduwen of de doorstoofde zon van Spanje en Portugal heeft zijn sporen achtergelaten. Protagonisten zijn de Nederlandse en Franse kusten, de Pyreneeën of het Franse heuvellandschap rond Le Gers in het zuiden van de Cascogne, waar de schilder vaak terugkeert.
Soms kan een foto een aanleiding vormen maar als het goed is ontstaat het uitzicht vervolgens als vanzelf. Een fictief landschap dat eerder in sfeer dan in detail overeenkomt met de werkelijkheid. Binnen vijf minuten kan de aard van dat landschap veranderen. Op dit formaat is elke nieuwe streek van doorslaggevend belang.
De op zichzelf staande beelden uit van Ee’s  fictieve roadmovie zijn verdwijnpunten die blijk geven van een verlangen naar elders. Ansichtkaarten die hij aan zichzelf stuurt en de wereld in. Nabeeld en vooruitzicht ineen. Op een formaat dat de persoonlijke blik versterkt, zowel voor de schilder als voor de toeschouwer.
 
Van Ee’s schilderijen zijn een aaneenschakeling van reisimpressies, die ook om de hoek aan het Spaarne kunnen liggen. Als ‘Haerlempjes’ in de zin van Ruysdael, hoewel Van Ee’s werk onmiskenbaar eigentijds is.
Onverbleekte kleuren, zo vers als de waarnemingen van de zintuigen, vormen deze imaginaire werelden die deels zijn betreden en deels waargenomen met het geestesoog. Altijd is er de spanning tussen water en lucht, tussen de voorgrond en dat wat zich aan de horizon aftekent. Een weg die net even uit het lood ligt.
Saillant detail: de kleine schilderwerken zijn gemaakt op overgebleven uitnodigingskaarten van de Vishal, een invitatie voor nieuwe gezichtspunten, deze uitzichten van Van Ee, zig-zag aaneengeregen tot de filmische sequentie van een leporello.
 
 
Renée Borgonjen
kunsthistorica
 
 
Het Landschap ontvouwen